Fitcoins voor kwetsbare groepen: Waardevolle inzichten en toekomstig beloningsonderzoek

Hoe effectief zijn financiële of materiële prikkels om mensen met een lage sociaaleconomische positie (SEP) in beweging te krijgen? Dat is een vraag die naadloos aansluit bij de doelstellingen van SPRINTS. Recent hebben Eva Heijnen en Willem de Boer, docent-onderzoekers van HAN Sport en Bewegen, een eerste evaluatie uitgevoerd naar de inzet van Fitcoins in de provincie Gelderland. Het onderzoek biedt het waardevolle inzichten en aanknopingspunten voor het verdere werk binnen SPRINTS.

De interventie: Bewegen loont
Fitcoins is een digitaal spaarsysteem waarbij deelnemers via een app beloond worden voor stappen en fietsminuten. De verdiende munten zijn inwisselbaar voor gezonde en leuke producten bij lokale ondernemers. Uit het rapport “Fitcoins: Bewegen Loont!” blijkt dat de deelnemers enthousiast zijn. Maar liefst 93% van de deelnemers was (zeer) tevreden. Bovendien ervaarde een groot deel van de groep na een half jaar verbeteringen in hun leefstijl (44%) en conditie (44%). Ook gaf 1 op de 5 deelnemers aan gestart te zijn met sporten.

Lessen voor SPRINTS
Naast positieve ervaringen zijn er, onder de deelnemers die na een half jaar nog steeds actief waren bij Fitcoin, dat er ook kleine toenames in de mate van bewegen en sporten en de ervaren levensgeluk. Deze effecten zijn echter (mede door de relatief kleine onderzoeksomvang) niet significant. Dit onderstreept precies de noodzaak voor het type onderzoek waar SPRINTS zich op richt.

Om de daadwerkelijke impact van beloningssystemen op sportdeelname vast te stellen, is grootschaliger en langduriger onderzoek nodig. Vanuit SPRINTS hopen wij in de toekomst voort te bouwen op deze Gelderse pilot. Onze ambitie is om met een combinatie van kwantitatieve data  en kwalitatief onderzoek (inzicht in motivatie en barrières) de effectiviteit van dit soort interventies beter in kaart te brengen.

De ervaringen met Fitcoins laten zien dat de potentie er is: een moeilijk bereikbare doelgroep kan worden bereikt en de waardering onder de (volhoudende) deelnemers is groot. Het is nu aan de wetenschap en de praktijk om gezamenlijk de volgende stap te zetten in het bewijzen en optimaliseren van deze aanpak.

Lees hier het gehele onderzoeksrapport