BRUGGEN BOUWEN TUSSEN SPORTEN
Hoe komt het dat sommige atleten moeiteloos de overstap maken van de ene sport naar de andere? Wat kunnen coaches en talentbegeleiders daarvan leren? Onderzoeker Jan Willem Teunissen dook in de wereld van ‘talenttransfers’ en ontdekte dat sporten veel meer met elkaar gemeen hebben dan we denken.
‘Er zijn heel veel mooie voorbeelden van atleten die eerst in één sport actief waren en later succesvol overstappen naar een andere,’ vertelt Jan Willem. ‘Zoals bijvoorbeeld LeBron James, die van American football naar basketbal ging. Hoe komt het dat sommige atleten die overstap zo makkelijk maken? Daar heb ik naar gekeken.’
Overstap
In zijn onderzoek richtte hij zich op de overeenkomsten en verschillen tussen sporten. ‘Ik wilde weten welke sporten dicht bij elkaar liggen, waardoor de overstap van de ene naar de andere sport makkelijker wordt. Maar ook: wat kun je leren van de verschillen? Die kennis kun je gebruiken voor talentontwikkeling, vooral bij jonge kinderen. Zo kun je bepalen welke sporten goed op elkaar aansluiten om een brede ontwikkeling mogelijk te maken.’
Die gedachte komt voort uit zijn eigen brede achtergrond. ‘Ik heb veel getennist, gevoetbald, ben naar de marine gegaan en heb in de topsport en het onderwijs gewerkt. In al die contexten gebruikte ik steeds dezelfde set vaardigheden, zoals creativiteit en doorzettingsvermogen. Toen dacht ik: kun je die overstijgende vaardigheden ook in sport terugvinden?’
Kenmerken
Jan Willem onderzocht 88 verschillende kenmerken die sportprestaties beïnvloeden, intellectuele kenmerken, perceptuele, motorische, fysieke eigenschappen. ‘Je kunt niet zeggen dat er één kenmerk is dat bepaalt of sporten op elkaar lijken. Het zijn er veel meer, op verschillende niveaus. Maar er zitten best wel leuke bevindingen in waardoor die sporten mogelijk met elkaar samen een trainingsprogramma zouden kunnen optuigen.’
Zo’n samenwerking ziet hij in de vorm van een ‘community of practice’, waarin coaches en atleten van verschillende sporten samen trainen en leren. ‘De atleten kunnen met elkaar trainen, maar ook de coaches kunnen samen optrekken, discussiëren en reflecteren. Dat is echt een droom waar ik naartoe zou willen.’
Internationaal
Zijn onderzoek krijgt inmiddels internationale weerklank. ‘In Duitsland en Zwitserland wordt het geïmplementeerd, onder meer bij het Olympisch Comité. Daar werken ze aan een community waarin sporten van elkaar leren. In Nederland zijn er alleen lokale initiatieven, maar nog niets op landelijk niveau.’
Naast het onderzoek ontwikkelde Jan Willem met collega’s ook twee praktische tools. ‘Eén tool laat zien hoe sporten zich tot elkaar verhouden op basis van die 88 kenmerken. De andere is een videodatabase vol inspiratie voor trainingen, met filmpjes per sport, bijvoorbeeld over balans of samenwerken. Zo kun je het direct in het onderwijs gebruiken ter inspiratie.’
Tot slot heeft hij nog een boodschap: ‘Laat je vooral verwonderen. Verwonder vooral wat anderen je kunnen bieden. Kijk niet naar de verschillen van elkaar en veroordeel deze, maar kijk vooral naar elkaars overeenkomsten, luister naar elkaar en kijk hoe je daar zelf een ander perspectief in kan nemen.’
