Stan’s stage bij Yellow Riders: design interactieve ziekenhuisomgeving

Stan Brandwijk studeert Industrieel Product Ontwerpen (IPO) en loopt stage bij Yellow Riders. Samen met anderen werkt hij aan de ontwikkeling van een interactieve patiëntenomgeving voor in een ziekenhuis.

Doel is om de patiënt op een betere, snellere en vooral fijnere manier te laten herstellen. Bijvoorbeeld na een revalidatie. Het is een project in opdracht van r4heal.

Natuurlijk is na een opname in een ziekenhuis het herstellen/revalideren nog niet afgelopen. Thuis moeten vaak mentale en fysieke oefeningen gedaan. Stan: “Daarom werken we ook aan een interactieve omgeving die mensen tijdelijk mee naar huis kunnen nemen. Hier kom ik ook in beeld.”

Kinect

“Een groot onderdeel van een interactieve omgeving bestaat uit spellen (games). Door middel van het spelen van de games kan het herstel van de patiënt op een leukere manier worden bevorderd. Door deze spellen in een digitale omgeving te doen kunnen we op afstand monitoren hoe het herstel gaat”, legt Stan uit.

De omgeving voor in huis kan het beste worden omschreven als een Kinect voor de X-box. De spellen en besturing worden gedaan door middel van bewegingen van voornamelijk je handen en armen, afhankelijk van hoeveel de patiënt kan. “Mijn opdracht als IPO’er is het maken van een behuizing voor de omgeving die thuis door de patiënt gebruikt wordt.”

Design by doing

Gedurende de stage kwam Stan een hoop obstakels tegen die overwonnen moesten worden. “Los van het feit dat er qua behuizing nog niks was,  kregen we vrij vroeg met de maatregelen rondom corona te maken. Corona betekende dat mijn hele planning in duigen viel. De planning was gebaseerd op de werkmethode design by doing; ontwerpen door te doen. Het maken van prototypes en schaalmodellen is heel belangrijk in deze manier van werken. Die mogelijkheid viel weg toen corona om de hoek kwam kijken. De mogelijkheid om op de HAN te werken in de werkplaats werd ineens vervangen door thuiswerken en het digitaal uitwerken van ontwerpen. Dit heb ik ongeveer 6 weken moeten doen. Helaas was dit juist wat ik niet wilde doen, maar het was niet anders.”

Eerste prototypes

Gelukkig kon Stan na die weken weer af en toe terecht in de werkplaatsen op de HAN. “Hierdoor kon ik de eerste prototypes gaan maken. Dit was voor de vordering van het project essentieel. Het voelt vreemd om in een totaal uitgestorven HAN aan prototypes te werken. Want waar normaal het geluid van schreeuwende studenten en werkende machines klinkt, was het nu stil. Naarmate de weken voorbij gingen werd het iets drukker. Maar we zijn nog ver verwijderd van hoe het ooit was. Gelukkig kan ik dankzij alle rust die er nu heerst op de HAN alle energie in het project steken zonder afgeleid te worden. De prototypes die gemaakt worden fungeren vooral als proefmodel en om te kijken of alle elektronica past.”

“Als er een prototype af is, spreken we af op kantoor om alles door te nemen”, vertelt Stan. “Dit is telkens ongeveer een uur en het enige moment dat we op kantoor zijn. Verder werken we thuis of soms op de HAN. De feedback wordt verwerkt in een nieuw prototype en de Solidworks bestanden worden aangepast. Als alles is aangepast en er een nieuw prototype is begint het cirkeltje weer opnieuw. Dit proces doen we tot het eind van de stage en blijkt goed te werken voor de situatie waar we nu in zitten.”

Videocall

Qua communicatie vindt Stan het maar lastig. “Zelf ben ik een persoon die graag even langskomt als ik een vraag heb. Ik ben geen fan van mailen of appen. Helaas kan het nu soms niet anders. Ook hebben we videocalls waarin we met elkaar spreken.”

Bedrijfsbezoek

“Halverwege het project hebben we een digitaal bedrijfsbezoek gehad. Normaal gesproken komt halverwege de stage je begeleid(st)er langs voor een bedrijfsbezoek. Dit is nu niet mogelijk. We hebben het opgelost door een meeting te plannen via Microsoft Teams. Zo konden we het toch organiseren. Uiteraard ging hier het nodige mis, want er was bijvoorbeeld een constante ruis en ik was 10 minuten te laat, omdat ik niet kon inloggen. Gelukkig is hier allemaal begrip voor en konden we er ook wel om lachen!”

Groet,

Stan

Foto’s: Stan Brandwijk en r4heal