Epke, Herre en Marije trekken volle zaal op Papendal

Ongeveer driehonderd studenten en daarnaast nog 250 genodigden. Met meer dan vijfhonderd personen zat Papendal Sporthal West op vrijdag 1 maart afgeladen vol. Marije Elferink-Gemser werd geïnstalleerd als lector van het nieuwe HAN-lectoraat Talentherkenning en -ontwikkeling. Hiervoor waren ook Olympisch kampioen Epke Zonderland en zijn broer Herre naar Papendal gekomen. Dat was ook de studenten niet ontgaan.

Marcel Rözer merkte het als dagvoorzitter van het ochtendprogramma al aardig op. ‘Dit moet de eerste keer zijn geweest dat er studenten om half 10 in de zaal zaten, terwijl het college pas om 10 uur begon.’ Sporthal West op Papendal was omgetoverd in een grote presentatiezaal, met een turnbrug in het midden. Toen om iets over tienen werd gestart met een filmpje dat door de publieke omroep was gemaakt over Epke en Herre Zonderland, zaten er ongeveer driehonderd studenten in de zaal.

Nadat Marcel Rözer al meerdere vragen op de twee topturners had afgevuurd, was het de beurt aan de studenten. Wat at Epke op de dag van de finale op de Olympische Spelen? Hoe kan hij de studie Geneeskunde combineren met het leven van een topsporter? Is Herre nooit jaloers op zijn jongste broertje? Een kleine greep uit een spervuur aan vragen. Drie kwartier lang stonden de gebroeders Zonderland in het enige lichte middelpunt in een verder donkere zaal. Op de gedurfde vraag van een student hoe Epke over seks voor de wedstrijd denkt, reageert hij nuchter: ‘Ik heb als regel voor mezelf dat ik voor wedstrijden alleen doe waar ik goede ervaringen mee heb. Ik heb dat nooit geprobeerd voor een groot toernooi, dus dan kies ik voor de veiligste optie. Niet doen dus.’

Na de vragenronde werden de studenten vriendelijk verzocht om plaats te maken voor de genodigde gasten. Het resultaat: Een volle tribune met gasten en honderden studenten die op de grond van de zaal in spanning aan het wachten waren op de demonstratie van Epke en Herre Zonderland. Terwijl Herre de toestellen aan het klaarmaken was, kregen twee studenten van de ALO de kans om Epke voor het oog van de camera’s van Omroep Gelderland een paar vragen te stellen.

[youtube]http://www.youtube.com/watch?v=3VZVQVXPjyE&list=UUagt7JeflSg-oP-7y9ayjYQ&index=30[/youtube]

De demonstratie was het voor de studenten meer dan waard om even op de grond te moeten zitten. Enkele spectaculaire oefeningen passeerden de revue en de dubbele salto, zoals in het filmpje van TV Gelderland te zien is, kon ook deze dag niet ontbreken. Na de demonstratie was het de beurt aan Marije Elferink-Gemser en Tjeerd de Jong, directeur van HAN Sport en Bewegen. Zij interviewden samen Epke en Herre Zonderland over hun talentherkenning en -ontwikkeling.

‘Hoe stel je mensen met talent in staat om die keuze te ontwikkelen?’ De vraag van Marije geeft Epke aanleiding om ook de studiekeuze en -vrijheid te benadrukken. ‘Je merkt dat de universiteit minder flexibel is qua lesprogramma. Dat moet je dus goed plannen met je studieadviseur. Maar zolang die met je meedenkt is het wel mogelijk een flexibel programma samen te stellen’, aldus Epke Zonderland. Ook voor de studenten in de zaal had hij een advies: ‘Besef bij je studie dat je zelf verantwoordelijk bent voor de keuze die je maakt. Je zult dus ook commitment voor die keuze moeten hebben en het zo mooi mogelijk voor jezelf moeten inrichten.’

Nadat Epke en Herre Zonderland waren vertrokken, was het de beurt aan Marije Elferink-Gemser. Uiteindelijk draaide deze dag ook om haar installatie als Lector Talentherkenning. Ook de gebroeders Zonderland hadden het belang van onderzoek naar Talentherkenning en -ontwikkeling al aangegeven. ‘Door dit soort onderzoek wordt het gemakkelijker nieuw talent te zoeken en te herkennen.’ Marije benadrukt tijdens haar installatie hoe belangrijk het is om talenten de ruimte te geven. ‘Het plezier moet voorop blijven staan.’ Vervolgens zouden de ouders, het onderwijs en het kind zelf moeten ontdekken waar het talent ligt. ‘Het gaat erom dat kinderen het beste uit zichzelf kunnen halen. Of dat uiteindelijk leidt tot een Olympische Spelen of dat het leidt tot het spelen in het derde van de zaterdagcompetitie, maakt dan niet uit.’