Lucas en Pim aan de wieg van de meelworm als voedingsbron

Leestijd: 4 minuten

Een kroket bestellen waar meelwormpoeder in verwerkt is? In de buurt wonen van een fabriek waarin meelwormen worden geblancheerd, gedroogd, vermalen en met behulp van vacuümzuigers verpakt? Boeren die hun melkvee wegdoen en overgaan op de kweek van miljoenen krioelende beestjes in torenhoog gestapelde bakken?

Dit alles is dichterbij dan we denken. Waren meelwormen tot nu toe alleen toegestaan in petfood, sinds vorige maand (januari 2021) heeft het Europees Agentschap voor Voedselveiligheid (EFSA) groen licht gegeven voor de toepassing van deze diertjes voor menselijke consumptie.

Online zit ik aan tafel met Lucas ter Maat (21, student Food & Business aan de HAN), Pim Sommerdijk (22, student Food Innovation aan de HAS Hogeschool) en Wicha Benus (50, eigenaar van Innoconnect en verbonden aan Barneveld Tomorrow).

Laat het zo zijn dat deze twee ‘foodstudenten’ tijdens hun minor Circulaire Economie een opdracht uitvoerden voor Wicha, die ook kennismakelaar Eiwittransitie is voor de Regio Foodvalley. Vraag: kijk eens naar de mogelijkheden die meelwormenkweek kan bieden voor boeren in de regio tussen de Utrechtse Heuvelrug, de Veluwe, Nederrijn en de Randmeren.

 

Ik loop nog niet meteen weg met de gedachte aan meelwormen op mijn menu… Jullie wel?

Lucas en Pim: Nee, wij in het begin ook zeker niet! Maar de clou is dat je ervoor zorgt dat de consument de meelworm niet herkent. Daarom moet je poeder van maken. De voedingswaarde van deze kleine beestjes – larven van de meeltor – is groot: ze zijn rijk aan dierlijke eiwitten, gezonde vetten en ook vezels. Dat maakt ze zo interessant voor ons mensen. Zeker gezien de wereldvoedselproblematiek.

De milieuschade van meelwormenkweek is oneindig veel geringer dan die we kennen van de traditionele veeteelt. Sterker nog: meelwormen kunnen waarde toevoegen aan het ecosysteem! Behalve tarwezemelen vinden ze bijvoorbeeld wortelen en aardappelen erg lekker; reststromen uit de landbouw kun je uitstekend op hun menu zetten. Hun uitwerpselen en huidschilfers – ja, het klinkt niet aantrekkelijk, maar luister er gewoon even doorheen – zijn een hoogwaardige meststof voor de land- en tuinbouw. Deze meststof is al bekend onder de naam ‘frass’.

Als je naar circulair wilt, vervolgen Lucas en Pim enthousiast, dan biedt de meelwormenkweek alle kansen. Hoe precies is nog zoeken, onder andere door de mogelijkheden en onmogelijkheden die de meststoffenwet met zich meebrengt.

 

Hoe kwam dit vraagstuk bij Pim en Lucas terecht?

Wicha: We werken sinds ongeveer een jaar vanuit Barneveld Tomorrow samen met het Centrum Meervoudige Waardecreatie. Barneveld Tomorrow zet zich ervoor in om jong talent te binden aan deze ontzettend interessante regio vol innovatieve bedrijvigheid. We hebben nu allerlei projecten lopen waar studenten aan meewerken. Ik heb er enorm veel plezier aan, vooral omdat ik zelf ook leer! Ik noem mezelf dan ook eerder deelnemer dan opdrachtgever.

Vanuit mijn eigen bedrijf was ik al betrokken bij de eiwittransitie. Ik zie dat de reguliere veeteelt zal afnemen, ook hier in Regio Foodvalley. Daarom de vraag: kan de voormalig boer een boterham verdienen aan meelwormenkweek? Hoe zou het verdienmodel eruit kunnen zien? Ik wierp een balletje op bij Frank Croes, programmamanager Circulaire Economie aan de HAN en hij zei: ‘Ik heb vanuit de minor een uitstekend studentenduo voor je’.

Frank heeft niets teveel gezegd. Het werk dat Pim en Lucas opgeleverd hebben – ze hadden er een luttele tien weken voor – heeft mij meer dan verrast. En niet alleen mij: er wordt hier in de Food Valley gesproken over hun rapport. Er wordt over nagedacht.

 

Wat maakt dat er over het onderzoek van deze twee studenten wordt gesproken? Wat maakt het zo bijzonder?

Wicha: Pim en Lucas zijn diep gedoken in de vraag welke realiteitswaarde meelwormenkweek heeft: is het financieel haalbaar? Ze zijn uitgegaan van de coöperatiegedachte: de meelwormkwekers (de boeren dus) en de mensen van de verwerkingslocaties hebben een gemeenschappelijke businessmodel. Ze dragen samen de lusten én de lasten.

De units voor de kweek en verwerking van meelwormen hebben Pim en Lucas heel concreet gemaakt – tot op de kubieke meter. Ze hebben de kosten en baten (ook op de langere termijn) op een rij gezet – tot op de eurocent nauwkeurig. Welke maandproductie minimaal vereist is om een interessante partner te kunnen zijn voor voedingsmiddelenbedrijven? De twee foodstudenten maken het inzichtelijk. Verordeningen, equipment, (plaagdier)risico’s en duurzame energie – eigenlijk is er niets waar ze niet aan dachten.

Wat we zien, is dat de zesde tak van de landbouw nu nog geen vetpot is. De kweek van die kleine beestjes is nog heel arbeidsintensief: de klimaatbeheersing en een goede voeding vragen veel zorg. Zonder kennis van dierhouderij kom je er niet. Er zijn hobbels te nemen, maar die zijn niet onoverkomelijk!

 

Gezien vanuit de gedachte van meervoudige waardecreatie kan het toch niet alleen om de financiële waarde gaan?

Wicha: Lucas en Pim hebben meer dan duidelijk gemaakt welke waarden meelwormen toevoegen. Een volledig circulair proces dat barst van natuurlijke waarde, 100% regionaal uitvoerbaar is en denk eens aan de toekomstige inzet van sociaal kapitaal bij de verwerking. Ik zie ook voor me dat er sociaal relationele kwaliteiten tot bloei kunnen komen in een coöperatie.

Het maatschappelijke probleem is dat de kostprijs van ons voedsel zo laag moet zijn. Te laag. Boeren worden onderbetaald. De schade die wordt toegebracht aan het milieu, zit nog niet verdisconteerd in de prijs. Daar hebben we voorlopig mee te dealen als we tot een goed businessmodel willen komen. Maar echt: het is hoopvol.

 

Lucas en Pim, jullie beginnen de managementsamenvatting van jullie onderzoek met de zin: ‘Co-creatie is het boegbeeld geworden van dit project’

Lucas: Gewoonlijk zijn studenten Food & Business van de HAN en studenten van de HAS elkaars concurrenten als ze de arbeidsmarkt betreden. Maar wat wij hebben ontdekt en ervaren, is dat samenwerken de gouden sleutel is naar een circulaire toekomst. Het bundelen van kennis en het kijken vanuit verschillende invalshoeken geeft zoveel meerwaarde. Je kunt gerust zeggen dat we elkaar gevonden hebben in dit project. Het was ontzettend plezierig samenwerken, en ook samen lachen trouwens, dat hebben we veel gedaan!

Pim: We vonden het een erg mooi vraagstuk om ons in vast te bijten. De prettige contacten met Wicha, Robby van den Broek en Frank Croes hebben zeker bijgedragen. We kwamen gewoon in een heel goede flow, en zoals we in ons voorwoord zeggen: we zijn er helemaal klaar voor om de waarden van de circulaire economie in onze verdere loopbaan uit te dragen!

 

En verder?

Lucas zal zijn afstudeeropdracht uitvoeren bij New Generation Nutrition in Den Bosch. Pim wil na zijn hbo-studie naar de Wageningen University & Research. Ondertussen kan de regio zich buigen over het minorrapport en de verdere initiatieven voor meelwormenkweek en -verwerking.

 

Janet Steenhuis, 9 februari 2021

De cloud: Lucas – vanuit Kilder bij Doetinchem, Pim – vanuit Nijmegen, Wicha – standplaats Barneveld en Janet – Arnhem