Kan sociaal design de brute houtpers vervangen?

Leestijd: 4 minuten

Interview door Janet Steenhuis

Gebroederlijk naast elkaar: HAN-student Tijn Craandijk (Ondernemerschap & Retailmanagement) en Bart de Bruin, directeur van Dar en voorzitter van de Circulaire Raad van het Rijk van Nijmegen. Wat brengt hen op deze koude januaridag naar het afvalbrengstation van Dar, pal voor één van de houtcontainers?

Tijn: “Met mijn afstudeeropdracht, die ik kreeg via het Centrum Meervoudige Waardecreatie, ga ik onderzoeken wat de mogelijkheden zijn voor meer hoogwaardig hergebruik van A- en B-hout [1]. Zijn daar verkoopbare nieuwe dingen van te maken? Mooie dingen, bijzondere dingen? En vooral: hoe ziet het businessmodel eruit?”

De houtpers ronkt, het hout kraakt – amper kunnen we ons verstaanbaar maken. We zien mensen hun kapotte meubels in de containers gooien en hele deuren worden tevoorschijn gehaald uit laadbakken van stationcars: hup, de container in! Een bezoekster heeft een keurig samengebonden stapeltje houtplaatjes onder de arm aan en vraagt bescheiden aan een medewerker waar ze het kan deponeren.

“Vandaag is het nog rustig, hoor”, verzekert Bart mij. Ik ben onder de indruk. Als dit rustig is?

Bart: “We moeten andere oplossingen gaan vinden voor het huishoudelijk afval. Alleen maar dumpen en verbranden of laagwaardig recyclen, dat is – ook voor de rijksoverheid – geen optie meer. Vandaar het programma VANG Huishoudelijk afval, dat gemeenten helpt bij de omslag naar een circulaire economie. Tijn gaat onderzoeken wat er mogelijk is met A- en B-hout, samen met een consortium van partijen dat bij dit project betrokken is.”

Tijn: “Het zal er in ieder geval van afhangen wat in de containers bruikbaar blijkt te zijn. Het Circulaire Ambachtscentrum gaat aan de slag om nieuwe producten te maken van het hout, met de inzet van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt en uit leerwerktrajecten. Welke productontwerpen mogelijk zijn, daar zullen de betrokken partijen zich mee bezighouden. Het zou kunnen blijken dat we zelfs een designer willen inschakelen, want een uniek product – dat zou natuurlijk prachtig zijn. Vragen die we ons in ieder geval moeten stellen: hoe zet je iets in de markt? Hoe presenteer je het en voor welke doelgroep?”

Bart: “Zodra we duidelijk hebben of er hergebruiksmogelijkheden zijn voor A- en B-hout en zo ja, welke, kunnen we het sorteren bij binnenkomst. De brute kracht van de houtpers is alleen maar bedoeld om efficiënt en goedkoop te kunnen afvoeren en echt, dat moet anders. In plaats van het afgedankte hout z’n bestemming te laten vinden als materiaal voor spaanplaat, zie ik voor me dat er nieuwe producten van gemaakt worden. Beter voor het milieu en als proces hoger op de Ladder van Lansink.”

Tijn: “Verder in de toekomst kijkend, zal ook het ontwerpen en produceren van nieuwe dingen anders moeten. Nu is een producent nog niet verantwoordelijk voor wat er met het product gebeurt als het afgedankt wordt. Als hij wel verantwoordelijk wordt, zal hij gaan nadenken over in hoeverre de gebruikte grondstoffen en de componenten geschikt zijn om iets nieuws van te maken. En hij zal eerder geneigd zijn ervoor te zorgen dat onderdelen die kapot kunnen gaan, demontabel zijn en dan gerepareerd kunnen worden, in plaats van het hele product te vervangen, wat nu nog vaak gebeurt.”

Bart: “We hebben een hele weg te gaan en dit bedoel ik meer in het algemeen. Nederland circulair? Zover zijn we nog lang niet. Vaak ontbreken nog de beleidskaders om circulair ondernemen financieel rendabel te maken. Zo kennen we geen belasting op virgin materiaal en is er niet de verplichting om gerecyclede materialen te gebruiken. Daarom zien we vooral semi-overheids / maatschappelijke partijen het voortouw nemen, in samenwerking met de overheid en het onderwijs. Deze triple helix samenwerking ervaar ik als een heel krachtig instrument.”

Tijn: “Ik heb goede hoop we dat we zo de weg kunnen bereiden voor een breder gedragen transitie. Heel geleidelijk krijg je toch wel een verandering van mindset, wordt het ‘normaal’ om circulair te denken en te werken. Met een project als dit, planten we zaadjes, zo zie ik het.”

De machine, die voor ons gesprek even uitgezet is, moet hoognodig weer aan. Er klinken nog wat vrolijke groeten van de werkmannen richting Bart en Tijn (die ze al blijken te kennen) en wij lopen terug naar het hoofdkantoor. Hesjes uit, elkaar bedanken voor het gesprek, even ‘dag’ zeggen, en vooral ben ik heel benieuwd naar het vervolg van dit project!

Nijmegen, 13 januari 2021

Meer weten over de achtergronden, wie en welke partijen betrokken zijn bij het project? Lees in het interview met Jan Luijten, Koen Vrielink en Koos van Dael: ‘Kan hier de kracht van Oost tevoorschijn komen?’

[1] A-hout is schoon en onbehandeld hout. B-hout bestaat uit geverfd, gelakt en verlijmd hout. C-hout is geïmpregneerd hout en daarmee het minst geschikt voor hergebruikstoepassingen.