Hoe start je het publieke gesprek over maatschappelijke thema’s?

Leestijd: 8 minuten

 

 

 

 

 

 

“De wereld verbreden door niet alleen te kijken naar bijvoorbeeld een partner als een woningcoöperatie maar ook de bewoners”, “Hoe voorkomen we dat groepen uitgesloten worden van het publieke gesprek?” en “Generatieverschil staat de werkwijze niet in de weg!” Drie opmerkingen die een mooi inkijkje geven in de webinars ‘De publieke sfeer’ van december vorig jaar.

We blikken terug op de twee webinars die associate lector Financial Ethics, Henriëtta Joosten, samen met het Centrum Meervoudige Waardecreatie organiseerde in december 2020.

Waarover gingen de webinars ook al weer?

De webinars hadden als thema ‘De publieke sfeer’. De vraag tijdens beide bijeenkomsten was hoe bedrijven en organisaties het publieke gesprek over maatschappelijke thema’s in gang kunnen zetten. Welke rol kunnen ze daar zelf in spelen? Deelnemers aan het webinar waren studenten van de minor Circulaire Economie, de regisseurs van de drie CMW-focusthema’s, docent-onderzoekers en – last but not least – een vijftal bedrijven/organisaties.

Na een korte kennismaking met het werk van politiek denker Hannah Arendt gingen de deelnemers in drie break out groepen uiteen. Op voet van gelijkwaardigheid – en begeleid door een docent-onderzoeker – gingen de deelnemers met elkaar in gesprek: hoe kan het bedrijf/de organisatie het publieke gesprek stimuleren over de vraag wat voor samenleving we aan het creëren zijn?

Waarom is die publieke sfeer belangrijk?

Juist in de huidige tijd is dit gesprek cruciaal. De overgang naar een circulaire economie, de aanpak van de coronacrisis – het zijn vraagstukken die iedereen aangaan. Bovendien gaan digitale en technologische ontwikkelingen razendsnel en vrágen erom: maak met elkaar die pas op de plaats, ontmoet elkaar en ontdek: wat zijn onze waarden, in wat voor samenleving willen wij leven? Dit zijn urgente én gemeenschappelijke vragen. In een vrije samenleving kan iedereen, en op voet van gelijkheid, over deze vraagstukken meespreken. Bedrijven, burgers en overheden.

Maar dat is toch niet de rol van bedrijven?

Ondernemingen moeten geld verdienen. Natuurlijk. Vooral in de periode 1980-2015 was het tijdperk van ‘de economische onderneming’; de nadruk lag op geld verdienen. Maar dat is niet altijd zo geweest. Zo was de periode na de tweede wereldoorlog (1945-1980) vooral het tijdperk van de ‘sociale onderneming’; de opbouw van Nederland was belangrijk. Vanaf 2015 is volgens hoogleraar Vino Timmerman het tijdperk van de ‘politieke onderneming’ aangebroken waarbij ondernemingen steeds meer publieke taken op zich nemen. Je kan dan denken aan het tegengaan van corruptie en witwassen, oplossen van het klimaatprobleem, bevorderen van diversiteit en het tegengaan van kinderarbeid en fake-nieuws.[1] Bij deze veranderende rol in de samenleving hoort ook een nieuwe rol: de publieke dialoog over gemeenschappelijke vraagstukken stimuleren. Dat is nieuw. En vergt een omslag in het denken over de rol van bedrijven in de samenleving.

Kan je een voorbeeld van een organisatie geven?

Een van de deelnemers aan het webinar was Green Cross Nederland. Deze internationale non-gouvernementele organisatie wil bijdragen aan een veerkrachtige en duurzame toekomst voor de aarde en haar bewoners. Dat doet zij onder meer door de opzet van een ideëel Sprekersplatform: Speakers for Awareness. Het is een soort digitaal marktplein voor sprekers die met hun kennis en ervaring willen bijdragen aan ecologische, sociale en economische duurzaamheid. Organisaties, bedrijven en overheden kunnen deze sprekers inhuren; de sprekers doneren hun honorarium aan duurzame projecten. Natuurlijk lost een platform niets op. Maar het is wel een structuur waarmee Green Cross de kans vergroot dat er – ook binnen deze instanties – over de noodzaak van meer duurzaamheid in het beleid wordt gesproken. Dus in dit geval neemt Green Cross niet zelf deel aan het publieke debat, maar creëert ze omstandigheden die dat publieke gesprek stimuleren.

Dat is een stichting. Hoe zit het met ‘op winst gerichte’ ondernemingen?

Een andere deelnemer aan het webinar was Mark Hofman van OFN. Dit bedrijf ontwerpt, produceert en onderhoudt producten voor de buitenruimte – met de nadruk op maatoplossingen, circulariteit en CO2-reductie. Zo is een streekvervoerder van plan een bepaalde buslijn te vergroenen (verduurzamen). Vraag aan OFN was of zij mee wilden denken. OFN adviseerde de volgende aanpak: bedenk vijf verschillende ‘groene’ halteplaatsen (bijvoorbeeld circulair, energieneutraal en gezond). Ga vervolgens ideeën ophalen bij de wijkbewoners die gebruik gaan maken van de bushalte. Jaag de discussie aan en daag mensen uit. Betrek de mensen in de wijk bij de keuze en inrichting. In plaats van, als expert, van bovenaf aan te geven wat het beste past bij een wijk. Met deze aanpak bevorder je de acceptatie omdat je samen bepaalt wat belangrijk is. Dit is ook goed voor het beheer en de instandhouding. Wijkbewoners voelen zich meer eigenaar. Je zou kunnen zeggen: burgers verzamelen zich rondom de halteplaats en spreken samen – op voet van gelijkheid – over de inrichting van hun wijk. Samen mét mensen in de wijk bepalen wat belangrijk is als het om de gedeelde woonomgeving gaat. Op deze manier stimuleert OFN graag het publieke gesprek over de (her)inrichting van de gebouwde omgeving.

De institutionele regels knellen.

Mark Hofman gaf daarbij wel aan dat de overheidsregels voor het aanbesteden vaak in de weg zitten. De institutionele regels knellen. Bovendien zijn veel (semi-)overheidsinstanties gewend om ‘op te leggen’. Willen we verduurzaming – in overleg met burgers – stimuleren, dan moeten we het eigenaarschap op een andere manier organiseren. Participatie van onderaf. De associate lector noteerde: ‘Dat zou een mooi onderwerp van publieke dialoog zijn: de regels van aanbesteding en eigenaarschap van de “dingen” in de publieke ruimte’.

Wat leverde het webinar verder aan nieuwe inzichten op?

Allereerst zijn we niet gewend om – voor even – de gedeelde wereld en het algemeen belang voorop te stellen. Voor je het weet gaat een gesprek over deelbelangen en gebruikerswensen. Zo ging de break out sessie met ATAG in eerste instantie over ieders persoonlijke beleving van koken, welke gebruikerswensen je hebt – wel of niet stomen – en hoe je een keuken persoonlijker kunt maken. Belangrijke vragen maar allemaal gericht op private belangen. Toch lukte het de deelnemers de overstap naar de gedeelde wereld te maken toen de vraag werd gesteld wat circulair koken eigenlijk is. Een samenwerkingsproject tussen ATAG en een woningcoöperatie werd onderwerp van gesprek. ATAG blijft eigenaar van de keukenapparatuur die in de woningen van de coöperatie worden geplaatst. Huurders kunnen aangeven welke apparatuur ze in hun keuken willen. De kosten worden doorberekend in de huur. De gedachte is dat ATAG op deze manier ervoor kan zorgen dat de apparatuur kan worden hergebruikt en langer meegaat, doordat ATAG ook het onderhoud verzorgt. Een van de aanwezige studenten maakte een mooie overstap naar de publieke sfeer in zijn evaluatie: ‘de wereld verbreden door niet alleen te kijken naar bijvoorbeeld een partner als een woningcoöperatie maar ook de gebruikers/bewoners’.  Een mooie stap richting het denken in termen van ‘de gedeelde wereld’.

De break out groep rondom Ubbink concludeerde onder meer dat sommige producten minder interesse van burgers opwekken dan producten die rechtstreeks de openbare ruimte vormgeven. Klanten kopen producten zoals een rookgasafvoer of het bevestigingsmateriaal voor zonne-energiesystemen vaak zonder het besef van de impact van het product voor de samenleving. Hoe kan je burgers stimuleren om zich met de impact van dit soort producten bezig te houden? Hoe kan je een beweging in gang zetten? Welke rol kan transparantie hierbij spelen? De associate lector voegde hier, na afloop van het webinar, nog aan toe: en transparant waarover? En in welke context – transparantie in de keten van producent en afnemers, of transparantie binnen een sector? Al deze vragen lenen zich voor publieke reflectie.

Je bent niet alleen medewerker van een bedrijf, maar ook medebewoner van deze wereld.

Een vraag die vaker terugkwam, ook bij de break out sessie van Signify, was hoe je met collega’s het gesprek kan aangaan over de impact van het werk op de samenleving. Ook binnen een bedrijf is het de moeite waard om – zo af en toe – stil te staan bij de vraag wat voor wereld we met onze kennis en technologie aan het creëren zijn. En is dat ook de wereld waarin we willen samenleven? Deze vragen beantwoord je niet als medewerker van bedrijf ‘X’, maar als medebewoner van deze wereld. Met ruimte voor de eigenheid van ieder. Een andere insteek dus, dan we gewend zijn. Een kanttekening die hierbij werd gemaakt, is dat er het risico is dat je binnen het je eigen ‘bubbel’ blijft. Bij voorbaat sluit je mensen uit. Terwijl het goed is om dit debat ook breder te houden. Zeker als het om technologische innovaties gaat met (potentieel) grote impact op het samenleven.

De mogelijkheden en risico’s van een digitale publieke sfeer kwamen vooral tijdens het laatste, gemeenschappelijke deel van het webinar ter sprake.[2] In het geval van Signify, met een hoofdkantoor in Eindhoven en meerdere vestigingen in de regio, helpt de techniek om contact te leggen. En in tijden van Corona en lockdown is een online gesprek beter dan niets. Maar je kan vraagtekens zetten bij een digitale publieke sfeer – en niet alleen omdat de techniek ons wel eens in de steek laat en online gesprekken reuze vermoeiend kunnen zijn. Ruben de Blois van Green Cross verwoordde dit als volgt:

“Hyde Park in Londen is het huidige agoraplein, zou je kunnen zeggen. Hoe behouden we de traditie van pleinleven in een wereld die steeds meer digitaliseert? Ik bespeur een onuitgesproken aanname dat het publieke domein zich gaat verplaatsen naar een digitale sfeer […]. Is dit realistisch en wenselijk? Ik maak mij zorgen om de daarin afwezige of sterk verminderde non-verbale communicatie en een gedeelde omgeving.”

Een online omgeving sluit bij voorbaat uit.

De associate lector vult aan dat een online omgeving bij voorbaat uitsluit. Denk aan groepen mensen in de samenleving die niet hoogopgeleid zijn. Een kwart (!) van de burgers in Nederland is niet digitaal vaardig en kan dat ook niet worden. En voor stil verzet is ook geen ruimte in online meetings. Alleen wanneer je het woord neemt, kom je in beeld. Terwijl publiekelijk ruimte innemen op zichzelf al een politiek betekenisvolle daad kan zijn. Denk maar aan de in rood geklede ouders die in 2019 tijdens de discussie over de toeslagenaffaire op de tribune van de Tweede Kamer zaten. Hun aanwezigheid sprak boekdelen.

Komt er nog een vervolg?

Jazeker. ‘Publieke gesprek over maatschappelijke impact’ is een van de drie programmalijnen van de onderzoeksagenda van het associate lectoraat Financial Ethics. Deze wordt binnenkort gepubliceerd op de website van de HAN. Via lezingen, soortgelijke webinars, het redigeren van een themanummer van het Tijdschrift voor Hoger Onderwijs over de publieke rol van het hoger beroepsonderwijs wordt verder invulling gegeven aan dit thema. Op de agenda staat ook de ontwikkeling van onderwijs waarin studenten leren om op verantwoorde wijze morele keuzes en afwegingen te maken bij het ontwikkelen, implementeren en evalueren van digitale innovaties én om daarover het publieke gesprek te voeren. Niet verrassend ligt de nadruk bij dit alles op activiteiten waarbij zowel het onderwijs, het werkveld als burgers betrokken zijn.

Meer informatie?

Wilt u meer informatie? Of eens sparren over dit thema? Voel u vrij om contact op te nemen met associate lector Financial Ethics Henrietta.Joosten@han.nl.

 

[1] Financieel Dagblad, 23 oktober 2020. Pieter Couwenbergh, sectie Bestuur.

[2] Deze kwestie wordt uitgebreid beschreven in De publieke sfeer in de 21e eeuw. Hannah Arendt als gids voor professionals (Joosten, 2019).