De kracht van diversiteit bij duurzame gebiedsontwikkeling

Leestijd: 3 minuten

Kan een natuurlijk ecosysteem, bijvoorbeeld de Waddenzee of de Hoge Veluwe, een inspiratiebron zijn voor duurzame gebiedsontwikkeling in de gebouwde omgeving? Kunnen we voor wonen, werken en recreëren, zoals we dat kennen in stedelijke gebieden, iets leren van de principes van zo’n ecosysteem? Volgens Frank de Feijter (31) kan dat! Hoe? Lees wat hij erover vertelt in dit eerste deel van het drieluik over de focusthema’s van het Centrum Meervoudige Waardecreatie (CMW).

Eerst vraag ik Frank naar zijn rol als themaregisseur bij het CMW en wat hij precies doet. Frank: “Het focusthema waar ik mij mee bezighoud, heet ‘Duurzame gebiedsontwikkeling in de gebouwde omgeving’. Als programmateam, bestaande uit verschillende docent-onderzoekers, richten we ons op praktijkgericht onderzoek, doorgaans samen met studenten van de minor en master Circulaire Economie. We doen dit door projecten uit te voeren bij bedrijventerreinen en woonwijken in de regio.”

Kennis ophalen en bundelen
“Uit deze projecten, waarin we onderwijs en praktijk met elkaar verbinden, halen we nieuwe kennis en vraagstukken op. Mijn rol is het om die kennis en vragen te bundelen en een onderzoeksagenda op te stellen voor de komende vijf jaar. Dit doe ik samen met collega’s die de projecten begeleiden. Ook werken we samen met andere hogescholen en strategische partners uit de praktijk.”

“Tegelijk zorgen we ervoor dat we de opgedane best practices laten terugvloeien in het onderwijs. Ja, ik geef ook les: aan studenten van de master Circulaire Economie en studenten van de minor begeleid ik bij onderwijsprojecten binnen mijn themaveld.”

Problemen van de ‘klassieke’ gebiedsontwikkeling
“In de traditionele, zeg maar ‘klassieke’ benadering van gebiedsontwikkeling is het vanuit de overheid gebruikelijk om gebieden uitsluitend te bestemmen om te wonen óf aan te wijzen als terrein voor een bepaald type bedrijf óf als zuiver een recreatiegebied. De gebieden kenmerken zich dus door een hoge mate van uniformiteit en dit brengt specifieke problemen met zich mee. Denk aan wateroverlast in steden bij hevige regenval. Of aan de ons intussen bekende hittestress in binnensteden. Voor desolate nachtelijke parkeerterreinen op industrieparken zou je een andere bestemming wensen en sommige woonwijken zijn overdag wel erg rustig. En zou de filedruk misschien kunnen verminderen als je wonen en werken dichterbij elkaar brengt?”

De kracht van diversiteit
“Als we naar de natuur kijken, naar de ecosystemen, dan krijgen we een heel ander beeld. Ecosystemen hebben juist een enorme diversiteit. Want hoe meer soorten, hoe groter de verscheidenheid, hoe stabieler een ecosysteem is. Trek je dit door naar de ruimtelijke ordening, dan kun je volgens ons veel winnen door wonen, werken en recreëren niet meer te scheiden, maar juist slim bij elkaar te brengen. Multifunctionaliteit kan ervoor zorgen dat de gebieden minder kwetsbaar worden en dat het gezonder en prettiger wordt om er te wonen, te werken en te leven.”

Het sociaal relationele
“Met ons zes waardenmodel kunnen we het traditionele model People, Planet en Profit verdiepen, verrijken en verder nuanceren. Het sociaal relationele, datgene wat zich afspeelt tussen mensen, daarmee heb je bij uitstek te maken in de gebouwde omgeving. Voelen mensen zich prettig, zijn er voldoende ontspanningsmogelijkheden samen met anderen, en wat denk je dat een bedrijf kan bijdragen door wijkbewoners eens binnen te laten kijken? Of door in een gezamenlijk project energie op te wekken, bijvoorbeeld via zonnepanelen op de daken van bedrijfspanden? Kan een restproduct worden verwerkt op een nabijgelegen sociale werkplaats? Mogelijkheden te over om bij te dragen en elkaar te verrijken vanuit wat je te bieden hebt!”

Luisteren naar elkaar, dat werkt!
“Co-creatie speelt een cruciale rol, ’t is een sleutelwoord. Zoals ik als promovendus woningverduurzaming aan de Wageningen Universiteit bij eerdere duurzaamheidsprojecten heb ervaren, kun je alleen iets bereiken als je een brug slaat tussen beleidsmaker en eindgebruiker. Laat burgers en ondernemers dus meepraten en meedenken. Ieder speelt zijn eigen viool en toch komen we samen tot het muziekstuk dat de gedeelde ruimte heet. Ieder heeft zijn belangen, wensen en financiële mogelijkheden, maar ook eigen kwaliteiten! Luisteren naar elkaar, meedenken met elkaar, dat is wat werkt en waar ik ook veel plezier aan heb.”

“’t Is ook de insteek die we hebben bij de projecten die we met onze studenten begin september zijn gestart. Als we verder zijn, laten we graag weer van ons horen, met voorbeelden uit de praktijk!”

29 september 2020
De cloud: Nijmegen (Frank de Feijter) – Arnhem (Janet Steenhuis)