Ondersteuning van naasten van traumapatiënten

 

Promovenda
Lisbeth Verharen

Vraagstelling
In hoeverre sluit het medisch maatschappelijk werk in haar hulpverlening aan op de behoeften van naasten van traumapatiënten die in het ziekenhuis verblijven op de Spoedeisende Hulp, de Intensive Care of een verpleegafdeling en welke baat (resultaat) ervaren deze naasten bij de hulpverlening?

Meetmomenten
In een eerste kwantitatief deelonderzoek zijn de behoeften van naasten in kaart gebracht. Hierbij is gebruik gemaakt van de Critical Care Family Needs Inventory Nederland (CCFNIN)  (Kaljouw, 1998) en een vragenlijst die de behoefte meet aan psychosociale hulpverlening. Er is op 2 momenten gemeten: direct na opname in het ziekenhuis en tenminste twee weken later.

In een 2e, kwalitatief deelonderzoek zijn maatschappelijk werkers en naasten afzonderlijk geïnterviewd over de geboden hulpverlening. Het betreft een reconstructie van de werkwijze (Van der Laan, 1995) waarbij beschreven is welke behoefte aan psychosociale hulpverlening naasten hadden, welke benaderingen, methoden en interventies door maatschappelijk werk zijn gebruikt en welke baat deze naasten bij deze hulp hebben ervaren.

Resultaten
De resultaten van de eerste 2 deelonderzoeken zijn gebruikt voor het ontwerpen van een gestandaardiseerde vragenlijst waarmee een grotere groep naasten, die door medisch maatschappelijk werkers zijn begeleid, wordt bevraagd. Dit kwantitatieve derde deelonderzoek geeft inzicht in de ervaren baat in relatie tot de werkwijze van het medisch maatschappelijk werk (Melief e.a., 2002). Naar verwachting wordt het onderzoek medio 2010 afgerond.